Wat is een remautomaat en wanneer heb je er een nodig?
- Jürgen

- 1 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
Een remautomaat is een extra automaat in je groepenkast die de totale stroom door die kast begrenst, zodat de bedrading en de aardlekschakelaars niet overbelast raken wanneer er naast het net nog een tweede bron meelevert: zonnepanelen, een thuisbatterij of een laadpaal die kan terugleveren.
Je komt de naam op twee manieren tegen, remautomaat of REM-automaat. Hetzelfde onderdeel, en een ongelukkig gekozen naam, want er wordt niets afgeremd.

Waarom kan er te veel stroom door je groepenkast lopen?
Je groepenkast is ooit ontworpen op één stroombron: de aansluiting van de netbeheerder. Hoeveel stroom daaruit kan komen, begrenst de hoofdzekering, bij de meeste woningen 25, 35 of 40 ampère. Op die waarde is de rest van de kast afgestemd: de dikte van de bedrading, de kamrail (het strookje metaal dat de automaten onderling doorverbindt) en de aardlekschakelaars, die meestal tot 40 A mogen voeren.
Komen er zonnepanelen bij, dan komt er een tweede bron bij. En die stroom gaat niet netjes de meter uit naar buiten: elektriciteit zoekt de dichtstbijzijnde verbruiker, vaak gewoon je vaatwasser of je warmtepomp. Hij loopt dus dwars door de kast.
Reken maar mee. Een hoofdzekering van 35 A plus een omvormer die maximaal 16 A kan terugleveren, is bij elkaar 51 A. Dat is fors meer dan de 40 A waar de kast op gebouwd is. Komt er later een thuisbatterij bij, dan loopt dat verder op.
In de praktijk staan beide bronnen zelden tegelijk op vol vermogen. Maar zelden is geen beveiliging. En te veel stroom door te dunne draad merk je niet aan een uitvallende automaat, maar aan warmte in de kast.
Wat doet een remautomaat precies?
Een remautomaat is geen bijzonder apparaat. Het is een gewone installatieautomaat, vaak van 40 A, die op een slimme plek is gemonteerd: tussen alle voedingsbronnen en het deel van de installatie dat maar 40 A aankan. Loopt er meer stroom doorheen dan die waarde, dan schakelt hij af. Meer is het niet.
En nee, hij remt je zonnepanelen niet af. Je omvormer levert gewoon door en je opbrengst blijft precies gelijk. De remautomaat doet helemaal niets, tot het moment dat de gecombineerde stroom te hoog wordt. Het is een beveiliging, geen regelaar.
De waarde die je kiest is daarom niet vrij: die hoort te passen bij de stroom waar de kast erachter op ontworpen is, in de meeste woningen dus 40 A. Hoger beveiligt niets, lager schakelt af terwijl er niets aan de hand is.
Waar in de kast hoort hij te zitten?
De plaats is belangrijker dan het onderdeel zelf: hij hoort achter het punt waar alle bronnen samenkomen, en vóór het deel dat je wilt beschermen.
In een woninginstallatie ziet dat er meestal zo uit. Na de hoofdschakelaar takt eerst de groep van de omvormer af, en eventueel die van de thuisbatterij. Pas daarna komt de remautomaat. Alles wat daarachter zit, kan dan nooit meer stroom te verwerken krijgen dan de ingestelde waarde.
Sluit je de PV-groep juist áchter de remautomaat aan, dan begrens je niets en heb je alleen een extra automaat in de kast hangen. Dat is meteen de meest gemaakte fout bij deze oplossing.
Ook het stuk vóór de remautomaat verdient aandacht: de hoofdschakelaar, de aansluitklemmen en de bedrading daar moeten de opgetelde stroom van beide bronnen wél aankunnen. Anders verplaats je het probleem een paar centimeter naar links.
Bij een driefase-installatie werkt het hetzelfde, alleen gebruik je dan een automaat die alle fasen tegelijk onderbreekt.
Wanneer heb je er een nodig, en wanneer niet?
De rekensom is eenvoudig. Tel de maximale stroom uit het net op bij de maximale stroom die je omvormer, thuisbatterij of laadpaal kan leveren. Blijft dat totaal onder de waarde waarvoor de kast is ontworpen, dan hoeft er niets te gebeuren. Komt het erboven, dan wel.
Een remautomaat is dan één van de mogelijkheden, in een bestaande kast meestal de eenvoudigste. Maar niet automatisch de beste.
Het alternatief is de kast geschikt maken voor een hogere stroom, bijvoorbeeld 63 A: dikkere bedrading, een zwaardere rail en aardlekschakelaars die daarbij passen. Of meteen een nieuwe kast, want er zijn inmiddels kasten die af fabriek op meerdere voedingsbronnen zijn ontworpen. Grotere ingreep, maar je zit er jaren mee goed, zeker als er later nog een laadpaal of accu bij komt.
Wat een remautomaat níet oplost, is ruimtegebrek. Zit je kast al vol, dan past er niets meer bij. Er wordt dan weleens een los kastje naast de groepenkast gehangen, en bij de volgende uitbreiding nog een. Zo ontstaat een installatie waarin niemand meer ziet hoe de stromen lopen, en onoverzichtelijk is in een meterkast hetzelfde als onveilig. Een oude kast met te weinig aardlekschakelaars wordt er trouwens ook niet beter van.
Wat zegt de norm hierover?
Hier zit een nuance die je op veel websites niet leest: de term remautomaat komt in NEN 1010 zelf niet voor. Wat er wel in staat, is de eis waar het op teruggaat. Leidingen en componenten moeten geschikt zijn voor de stroom die er doorheen kan lopen, en bij meerdere voedingsbronnen moet je daar rekening mee houden.
De praktische uitwerking, dus hoe je dat in een woninggroepenkast oplost, vind je in NPR 5310, de Nederlandse praktijkrichtlijn bij NEN 1010. Een NPR is geen norm maar uitleg met voorbeelden: doe je het zoals daar beschreven, dan mag je ervan uitgaan dat je aan NEN 1010 voldoet. De actuele uitgave is NPR 5310:2024.
En dan de versies van NEN 1010, want daar gaat het vaak mis. De laatst gepubliceerde uitgave is NEN 1010:2020 met correctieblad C1:2024. Maar de uitgave die via het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling wettelijk is aangewezen, is per 1 januari 2026 nog altijd NEN 1010:2015 + C2:2016 + A1:2020. De aanwijzing van de 2020-editie is meerdere keren uitgesteld.
Dat verschil is geen woordenspel. Werken volgens de nieuwste editie mag altijd, maar 'ik voldoe aan de nieuwste norm' is iets anders dan 'ik voldoe aan wat de wet aanwijst'. Wie je installatie aanpast, hoort te weten welke uitgave voor jouw situatie het uitgangspunt is.
Wat betekent dit voor jouw meterkast?
Heb je zonnepanelen, een thuisbatterij of een laadpaal die kan terugleveren, laat dan één keer uitrekenen hoeveel stroom er door je kast kán lopen. Hoofdzekering opzoeken, de maximale terugleverstroom erbij optellen, kijken waar de kast op ontworpen is. Daar rolt vanzelf uit of een remautomaat genoeg is.
Aan de invoeding van een groepenkast sleutelen is geen klus voor tussendoor. Het is werk voor een elektrotechnisch installateur die volgens NEN 1010 werkt en die de hele kast doorrekent, niet alleen het stukje dat erbij komt.
Wil je weten hoe jouw kast ervoor staat? Wij werken in heel Zeeland en kijken graag mee. Vraag vrijblijvend een offerte aan voor je groepenkast.



Opmerkingen