top of page

Stroompiek in Middelburg: waarom je overspanningsbeveiliging niets deed

Foto van schrijver: Jürgen
Jürgen
10 uur geleden
5 minuten om te lezen

Een overspanningsbeveiliging in je groepenkast vangt korte, felle pieken van duizenden volts op, zoals bij een blikseminslag in de buurt, en doet niets bij een netspanning die minutenlang zestig volt te hoog staat. Dat laatste gebeurde dinsdag 8 september in de binnenstad van Middelburg. Airco's, ovens, vriezers, lampen en deurbellen gingen kapot, Hotel St. Joris werd ontruimd vanwege rook uit de meterkast en Stedin heeft bevestigd dat een menselijke fout bij werkzaamheden de oorzaak was. Sindsdien krijg ik van klanten dezelfde vraag: ik heb toch een overspanningsbeveiliging, waarom heeft die niets gedaan?


Dagoverzicht netspanning Middelburg 8 september: piek tot 290 volt om 10:45, ver boven de grens van 253 volt
Dagoverzicht netspanning Middelburg 8 september: piek tot 290 volt om 10:45, ver boven de grens van 253 volt.

Wat is een overspanningsbeveiliging en waar is hij voor?

Een overspanningsbeveiliging is een component in je groepenkast, met twee tot vier uitneembare cartridges en per cartridge een venstertje dat groen is zolang alles in orde is. Binnenin zit een varistor, een schijfje dat tot een bepaalde spanning vrijwel niets doorlaat en daarboven ineens een bijna kortsluiting naar aarde wordt. Komt er een piek op je installatie, dan leidt de varistor die binnen een microseconde naar aarde af en blijft de spanning op je stopcontacten beperkt tot wat je apparatuur kan hebben.


Zulke pieken komen van bliksem in de buurt, ook als die niet op je eigen huis inslaat, en van schakelhandelingen in het net of in huis, zoals een warmtepomp die uitschakelt. Ze duren een paar miljoensten van een seconde, maar zijn duizenden volts hoog.


Wat gebeurde er dinsdag precies in de binnenstad?

De grafiek van een bewoner in de binnenstad: op 8 september klimt de netspanning rond half elf van 232 naar ruim 290 volt en blijft daar bijna twintig minuten.
De grafiek van een bewoner in de binnenstad: op 8 september klimt de netspanning rond half elf van 232 naar ruim 290 volt en blijft daar bijna twintig minuten.

Een bewoner in de binnenstad deelde een grafiek van zijn slimme meter, uitgelezen via de P1-poort. Tot half elf staat de spanning op alle drie de fasen rond de 232 volt. Dan klimt hij binnen enkele minuten naar ongeveer 293 volt, blijft daar bijna twintig minuten en zakt rond vijf voor elf terug naar normaal. Een tweede meting, uit een dagoverzicht van een energiemonitor, laat dezelfde uitschieter zien om 10:45, met een stippellijn op 253 volt: de bovengrens die de netbeheerder normaal moet aanhouden. Geen piek dus, maar een plateau: de netspanning stond ruim een kwartier zo'n 60 volt te hoog.


Dat is een wezenlijk ander verschijnsel dan waar een overspanningsbeveiliging voor gemaakt is. In het vak heet dit een tijdelijke overspanning: een te hoge spanning met de gewone 50 hertz, die seconden tot minuten aanhoudt. De meeste apparaten zijn gebouwd om tot ongeveer 264 volt te werken. Bij 290 volt gaat het mis in de voedingen van ledlampen, deurbellen en airco's: die krijgen twintig minuten lang meer te verduren dan waar ze op berekend zijn.


Waarom sloeg mijn beveiliging niet aan?

Ik heb in mijn eigen groepenkast dezelfde overspanningsbeveiliging van Eaton zitten die ik bij klanten plaats, en ik heb hem na dinsdag meteen bekeken. Alle vensters groen. Bij een klant bij wie ik er een heb gemonteerd: ook alle vensters groen. Dat klopt precies.


De beveiliging is gemaakt voor een continue spanning tot 280 volt; tot daar doet hij bewust niets, anders zou hij bij elke gewone schommeling in het net aanslaan. Echt ingrijpen doet hij pas bij zijn beschermingsniveau van 1400 volt. Een netspanning van 293 volt heeft een piekwaarde van ongeveer 415 volt, want de top van de sinus is de gemeten waarde maal wortel twee. Bij 415 volt lekt de varistor hooguit een klein beetje, maar hij komt niet in de buurt van het punt waarop hij opengaat.


En stel dat hij wél had ingegrepen. Een varistor kan een piek van 20.000 ampère een paar microseconden naar aarde afvoeren, maar een 50 hertz-stroom twintig minuten lang kortsluiten kan hij niet; hij zou binnen een seconde gloeiend heet worden. Daarom zit in elke cartridge een thermische scheider die de varistor van het net loskoppelt zodra hij te warm wordt, waarna het venstertje rood kleurt. Dat is zelfbescherming, geen bescherming van je installatie.


Daar zit ook een hardnekkig misverstand: de cartridges zijn geen zekeringen die springen. Bij een normale piek doet de varistor zijn werk en is hij daarna klaar voor de volgende; hij gaat honderden pieken mee. Rood wordt het venster pas als hij versleten is of thermisch is afgekoppeld. Groene vensters na dinsdag betekenen dus dat de beveiliging gezond is. Hetzelfde geldt voor de stekkerblokken met piekbeveiliging die op Facebook werden aangeraden: daar zit precies dezelfde varistor in, alleen kleiner.


Wat had wel geholpen?

Tegen een netspanning die minutenlang te hoog blijft, helpt maar één ding: afschakelen. Daarvoor bestaat een spanningsbewakingsrelais, dat de spanning op alle fasen meet en bij een instelbare grens, bijvoorbeeld 260 volt, na een paar seconden een magneetschakelaar laat afvallen. Ik ben daar eerlijk over: voor een gewone woning vind ik dat meestal overdreven. Zo'n fout komt zelden voor, en een huis dat bij elke afwijking in het net uitvalt heeft ook nadelen. Voor een hotel, een winkel met koeling of een pand met liften en airco's ligt dat anders; daar is de afweging al snel in het voordeel van zo'n relais.


Heb je dinsdag schade opgelopen, meld die dan binnen vier weken bij Stedin via het schadeformulier op hun website. Bewaar de kapotte apparatuur, verzamel aankoopfacturen en laat een reparatieofferte maken. Stedin waarschuwt zelf dat lang niet elke claim wordt toegekend, maar het argument dat apparatuur tegen uit- en inschakelen bestand moet zijn gaat hier niet op: dit was geen uitval, dit was twintig minuten te veel spanning.


Moet ik nu wel of geen overspanningsbeveiliging?

Ja, maar om de juiste reden. Niet tegen een fout van de netbeheerder, wel tegen de bliksem- en schakelpieken die een installatie ieder jaar tientallen keren te verwerken krijgt, meestal ongemerkt, tot de dag dat je omvormer het niet meer doet. De laatstverschenen editie van de installatienorm, NEN 1010:2020 met correctieblad C1:2024, bepaalt in rubriek 443 wanneer overspanningsbeveiliging nodig is en in rubriek 534 hoe je hem plaatst; voor woningen komt het erop neer dat hij er in vrijwel alle gevallen bij hoort. Eén kanttekening: in het Besluit bouwwerken leefomgeving is nog altijd de vorige editie aangewezen, NEN 1010:2015 met aanvulling A1:2020, en de aanwijzing van de 2020-editie wordt na een paar keer uitstel nu eind 2026 verwacht. Ik werk volgens de nieuwste editie, omdat die de huidige stand van de techniek beschrijft, met de praktijkrichtlijn NPR 5310:2024 ernaast.


Rechts een Eaton SPCT2-280 overspanningsbeveiliging
Rechts een Eaton SPCT2-280 overspanningsbeveiliging

Waar het op aankomt is de montage: aansluitdraden van minimaal 4 mm² en zo kort mogelijk naar de aardrail, want elke centimeter extra draad snoept van de bescherming af, en de juiste uitvoering voor het type net in jouw straat. Dat is werk voor een vakkundig elektrotechnisch installateur die volgens NEN 1010 werkt. Twijfel je of jouw groepenkast er al een heeft? Vraag een offerte aan of stuur me een foto van je kast, dan kijk ik met je mee.



Opmerkingen


bottom of page